Levensloopregeling


Vanaf 2012 kunnen nieuwe deelnemers zich niet meer aanmelden voor de levensloopregeling.
In 2013 wordt de levensloopregeling vervangen door de vitaliteitsregeling.

Via de levensloopregeling kunnen werknemers een deel van hun brutosalaris sparen voor een periode van onbetaald verlof. Bijvoorbeeld voor een sabbatical of om eerder met pensioen te gaan.
In het regeerakkoord is afgesproken dat de levensloopregeling en het spaarloon worden geïntegreerd tot een vitaliteitsregeling. Dit is een regeling die ondersteunt in zorgtaken, het volgen van scholing, opzetten van een eigen bedrijf, demotie of deeltijdpensioen.

De levensloopregeling wordt in 2011 niet gewijzigd.

Hoe werkt de levensloopregeling?
Met de levensloopregeling kunt u een deel van uw brutosalaris sparen om een periode van onbetaald verlof te financieren. U kunt het spaarsaldo ook gebruiken om eerder met pensioen te gaan of voor een aanvullend pensioen. De regeling is voor iedereen die in dienstverband werkt.

Voorbeelden onbetaald verlof 
U kunt bijvoorbeeld verlof opnemen als u:

  • moet zorgen voor een ernstig ziek kind of ouders (langdurend zorgverlof);
  • vrij wilt om tot rust te komen of te reizen (sabbatical);
  • voor kinderen onder de 8 jaar zorgt (ouderschapsverlof);
  • een opleiding of cursus wilt volgen;
  • verlof wilt opnemen voordat u met pensioen gaat. 

Maximaal sparen levensloopregeling
Per jaar kunt u maximaal 12% van uw brutoloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van uw bruto jaarloon sparen. Rekenvoorbeelden:

  • Na 2 jaar 12% procent van uw brutoloon sparen, kunt u 3 maanden verlof financieren tegen 100% van uw salaris.
  • Als u tijdens uw verlof genoegen neemt met 70% van uw inkomen, kunt u na bijna 6 jaar sparen 52 weken verlof financieren.

Levenslooprekening of levensloopverzekering
Als u meedoet met de levensloopregeling wordt van uw brutoloon een bedrag ingehouden. Dit geld wordt gestort op een speciale spaarrekening die op uw naam staat. Ook kunt u een rekening onderbrengen bij een instelling, een zogenaamde levenslooprekening, of het geld storten in een levensloopverzekering. Dit kan bij een verzekeraar, bank, dochter van een pensioenfonds of beheerder van een beleggingsinstelling.

Bijdrage werkgever levensloopregeling
Uw werkgever kan bijdragen aan uw levensloopregeling. Dit is niet verplicht.

Gespaarde tijd omzetten in geld
In overleg met uw werkgever kunt u ook gespaarde tijd omzetten in geld. Het bedrag kan op uw levenslooprekening worden gestort. Het gaat dan bijvoorbeeld om bovenwettelijke vakantiedagen, overwerkuren en adv-dagen. Uw wettelijke vakantiedagen kunt u niet omzetten in geld.

Belasting- en premieheffing
U spaart belastingvrij. Pas als u geld opneemt, betaalt u loonbelasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor uw zorgverzekering. Over de inleg op de levensloopregeling worden wel de premies voor de werknemersverzekeringen ingehouden. Hierdoor heeft de levensloopregeling geen gevolgen voor een eventuele WW-uitkering (Werkloosheidswetuitkering) of arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Afkoop levenslooptegoed
Als u een levenslooprekening heeft, dan kunt u het tegoed alleen afkopen als u uw dienstverband heeft beëindigd. De mogelijkheid om het tegoed af te kopen moet in de levensloopregeling schriftelijk zijn vastgelegd. U betaalt in 1 keer loonbelasting over het tegoed. U heeft dan geen recht op de levensloopverlofkorting.

Bron: Ministerie SZW, juli 2011